Over weggelaten seks en de stille breuklijnen van het hart

Gepubliceerd op 17 november 2021 om 21:09

Carson McCullers in The Heart is a lonely hunter

 

Beschrijf ik de seks of suggereer ik alleen maar? Of negeer ik het zelfs helemaal? Dat is, wat sloganesk uitgedrukt, het dilemma waarvoor elke schrijver komt te staan die zich waagt aan de (erotische) liefde. Met een beschrijving loop je het risico bij de lezer eerder de lachspieren dan  het bekken te beroeren, maar alles zomaar weglaten kan als een gemakkelijkheidsoplossing of erger (toch geen preutsheid?) worden geïnterpreteerd. Alsof bij de apotheose de censuurpolitie plots de rolluiken sluit. Toen kwam er een varkentje met een grote snuit, en het verhaaltje was uit. Is daarmee immers niet iets wezenlijks van de liefdesrelatie tussen twee mensen geschrapt? Een intieme ontmoeting die altijd iets achterlaat in het dagelijks leven van de geliefden, in het beste geval een nauwelijks merkbare blos of nagloed, bij een minder fortuinlijke afloop misschien een lege asbak, ranzig geworden bier, de geur van braaksel. Stil verdriet. Maar zonder gevolgen blijft het nooit. Althans, dat zou bij mij als lezer ongeloofwaardig overkomen.

Bij oudere romans wordt de seks vaak overgeslagen wegens zedelijke overwegingen, omdat zulke passages simpelweg te choquerend zouden geweest zijn voor de goegemeente van die tijd. Maar heel soms is een seksscène zodanig meesterlijk weggelaten dat net die lege plek in de verbeelding de verhouding tussen twee mensen kan ophelderen, sterker dan eender welke expliciete beschrijving zou kunnen doen. Zo’n meesteres in het weglaten is voor mij de Amerikaanse schrijfster Carson McCullers (Georgia, 1917), die op amper 23-jarige leeftijd haar meesterwerk The Heart is a lonely hunter publiceerde. Alleen al wegens die pijnlijke titel stond het boek al lang op mijn verlanglijstje. En nu ik hem gelezen heb, kan ik het bevestigen: deze jonge vrouw had een buitengewoon zeldzaam scherp inzicht in de wanhoop van het jagende hart. En die wanhoop verbeeldt ze door heel veel te verzwijgen.

In de roman leren we een aantal bewoners kennen van een stadje in de Deep South, onder andere een doofstomme man, een caféhouder, een zwarte dokter, een tienermeisje. Elk hoofdstuk is beschreven vanuit het perspectief van een van die personages, waardoor we hun isolement, hun wrok en verdriet, net als hun onvermogen om zichzelf en hun verlangens te begrijpen laat staan erover te communiceren met anderen, van binnenuit kunnen ervaren. Het hart is een eenzame jager, en zelfs als er ooit een toenadering was met een ander hart – of een lichaam – treedt even snel weer de verwijdering op. Soms komt die verwijdering traag, zoals eeltvorming, soms gebeurt het plots, net op het moment dat twee mensen elkaar aarzelend naderbij treden.

Twee verhalen in de roman hebben me daarbij midscheeps geraakt, net omdat McCullers met heel spaarzame middelen – meer door te schrappen dan door te schrijven – als een seismoloog van het hart de breuklijnen tussen mensen zichtbaar maakt.

Zo leren we in het begin van het boek de cafébaas Biff Branson en zijn vrouw Alice kennen. Het café van het koppel is 24 uur per dag open, Biff werkt ’s nachts, Alice overdag. En alleen het ritueel bij het ochtendgloren zegt al zoveel meer dan lange conversaties: Biff blijft wachten aan het bed tot zijn vrouw opstaat; en terwijl zijn vrouw zich aankleedt, maakt Biff het bed opnieuw op, hij keert de lakens binnenstebuiten en wacht zelfs tot Alice de kamer heeft verlaten om zijn broek uit te trekken en in bed te kruipen. En er zijn nog van die kleine, pijnlijke details: Biff draagt de trouwring van zijn moeder, en als Alice voorleest uit de Bijbel luistert hij wel naar de woorden, maar verbeeldt hij zich daarbij de stem van zijn moeder, zoals zij ooit diezelfde verhalen voor hem had voorgelezen. Ook spraken de echtgenoten elkaar al lang niet meer aan met de voornaam, maar met Mister en Misses. Wanneer hij toch eens met haar sprak, had hij daarvan later altijd spijt: “Being around that woman always made him different from his real self.”

Enkele maanden later sterft Alice, en Biff denkt nauwelijks nog aan haar. Als hij echter haar parfum terugvindt in de badkamer, spuit hij er wat van onder zijn oksels en met die geur – proustiaans – wellen ook de herinneringen op. En ook hier valt de spaarzaamheid van McCullers’ woorden op, het talent om een wereld te suggereren met twee schijnbaar achteloze zinnen. Het eerste jaar van hun huwelijk waren ze gelukkig geweest: “…when the bed came down with them twice in three months”. Gevolgd door de antithese, enkele zinnen verder: “And then later when suddenly he lost it. When he could lie with a woman no longer.” Meer uitleg komt er niet. Maar daarmee is alles gezegd, en toch niets begrepen. Zoals vaak in het leven.

 

Soms komt de verwijdering tussen geliefden veel abrupter, doorkruist ze plots de toenadering. En ook dat heeft McCullers magistraal beschreven – of moet ik opnieuw zeggen: gesuggereerd door de kunst van het weglaten. Het is een verhaal over twee tieners, Mick Kelly en Harry, op de wankele grens tussen kind en jongeling, die er op een mooie lentedag samen op uittrekken om in een verlaten meer te gaan zwemmen. Aanvankelijk lijkt het een clichéverhaal over een ontluikende tienerromance, maar McCullers maakt er iets veel donkerders van, zonder daarmee in een horrorstory te belanden. Net de banaliteit van het gebeuren, de realiteit die de voorspelbare idylle doorkruist, maakt het tot zo’n sterk verhaal.

De dag was nochtans veelbelovend begonnen, wanneer Mick en Harry onder een stralende zon, met de geur van pijnbomen op de achtergrond, het stadje verlaten en met de fiets naar het meer rijden. Harry is lichtjes opgewonden, hij babbelt meer dan zijn gewoonte is, onderweg drinken ze hun eerste flesje bier. Eens aangekomen aan het meer spelen ze kinderspelletjes, ze rennen, ze maken indianengeluiden en klimmen in de bomen om van daaruit weer in het water te springen.

Dan vraagt Mick of Harry ooit naakt heeft gezwommen. En ze daagt hem uit om zich te ontkleden. Waarna zij ook haar badpak laat zakken. Eigenlijk was het allemaal niet zo ernstig bedoeld, maar het is al te laat. En het verhaal neemt een andere wending, weg van het cliché. Met één blik op elkaars naakte lichaam nemen schaamte, verwarring en nog onbenoembare gevoelens het roer over. Snel trekken ze hun kleren opnieuw aan, maar de onschuld van de paradijsjaren keert niet weer. Na een lange ongemakkelijke stilte zegt Harry op een wat klunzige manier dat hij Mick mooi vindt, dat hij dat zopas heeft opgemerkt. Mick wil liever vertrekken, maar Harry stelt voor nog even neer te liggen in het zachte mos. Mick zuigt op haar knie, ze heeft haar vuisten gebald, haar lichaam is gespannen. Een vogel zingt een droevig lied “as a question without words”. Ze praten opnieuw zachtjes over hun dromen, hij over de oceaan, zij over de sneeuw, die ze nooit gezien heeft. Plots keren ze zich op hetzelfde moment om en komen zo tegenover elkaar te liggen. En voor het vervolg geef ik het woord aan McCullers:

 

She felt him trembling and her fists were tight enough to crack. ‘Oh, God’, he kept saying over and over. It was like her head was broke off from her body and thrown away. And her eyes looked up straight into the blinding sun while she counted something in her mind. And then this was the way. This was how it was.

 

In het volgende fragment fietsen de twee terug naar huis, maar de verwijdering is definitief. Harry neemt de schuld voor het voorval op zich, stelt voor om te trouwen “if you think we ought to”. Zegt dat hij de stad gaat verlaten. Eenmaal thuis geven ze elkaar een hand en gaan ze uit elkaar. ’s Morgens waren ze vertrokken als kinderen, s’ middags waren ze even iets geweest wat op geliefden leek, en s’ avonds hing over hen reeds de schaduw van gedesillusioneerde volwassenen, alsof ze elk moment het notariskantoor zouden kunnen binnenwandelen om de scheidingspapieren te onderhandelen. Zo kort kan de lente zijn in een mensenleven.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.